Voor mij was dit een roepingenweekend, met als één van de courses de Stille Omgang. Ik verbleef bij de zusters in Vogelenzang, een half uurtje lopen van het Grootseminarie De Tiltenberg verwijderd. We gingen dan ook met een bus met z'n allen (zusters, priesterstudenten, rector Hendriks en ons, wannebe's, richting Amsterdam.
Als we daar aankomen, 't is dan nog droog, klinkt er uit de Mozes en Aaronkerk muziek. Niet het soort muziek dat IK met kerk zou associeeren, maar toch niet minder gemeend (hoop ik). We wachten even tot we erin kunnen voor de H. Mis. En passant zie ik Mark en even later plof ik in mijn campingstoel voor de H. Eucharistie. Het is een moderne Mis en Mgr Punt is.....ff wennen, maar het is een goede Mis (dwz. niet zo gekunsteld als die van de KJD).
Na de Mis moeten we allemaal naar buiten om te gaan lopen. Inmiddels is het gaan regenen en merk ik dat mijn rok en panty's niet erg geschikt zijn voor zo'n barre tocht vol gevaren door het Nederlandse Soddom en Gamorra. Gelukkig draag ik een sluier.....
Onderweg schuren de gaten in mijn panty's langs de binnenkant van mijn dijen (bovenste stukje) maar tijd om ze uit te doen of recht te trekken is er niet want de sjors zit er goed in! We denderden langs de lantaarn en passeerden de agenten en kroeggangers in stilte. Ik denk: "Wat doe ik hier in 's hemels naam?"en dan zie ik in de tegenovergestelde richting een vertrouwd gezicht langs ons heen lopen. Het is Broeder Hugo. Hij ziet mij ook, en zwaait me nieuwe moed toe.
Onze stoet sjeest verder. M'n dijen worden pijnlijker en pijnlijker. Ik moet langzamer lopen en bid op de maat de Rozenkrans van de Godddelijke Barmhartigheid. Durch Sein schmertzhaftes Leiden hab Erbarmen mit uns und mit der ganzen Welt ... Zucht..... Leiden.... zucht... Erbarmen ... zucht sjok zucht. Zuchtend en waggelend biddend strompel ik verder.
TATUTATUTATUTATU. Er komt een ambulance aan. Heb erbarmen met degenen erin....
Inmiddels klamp ik me vast aan een bekende, zoals een kind de hand in die van zijn Vader legt, bang maar "veilig achterop, bij Vader op de fiets. Vader weet de Weg en ik weet nog van niets...Veilig achterop, ik ben niet alleen, Vader weet de Weg, vader weet waarheen..."
Dit gevoel blijft ondanks (of is het: dankzij) de pijn, de natte kleren en de moeie en doorweekte voeten. Het lichaam lijdt, het hart, de ziel, weet zich geborgen en getroost.
Als ik dan zo eindelijk na deze lange stille omgang (martelgang) de bus bereik, is er een raar gevoel in mij. Raar als in nieuw, maar niet beangstigend. Er overvalt mij een enorme honger. Niet naar 3 frikandellen speciaal ("we zijn 3 MacDonalds en 5 Burger Kings voorbijgelopen die open waren ") niet naar de lasangna die nog in de koeling staat, maar maar Jezus. Naar de innige vereniging met Hem door Zijn H. Sacrament en door Zijn H. Lijden.
Toch word ik gedwongen wat te eten. "Neem hiervan, da's goed voor je" en ik krijg een gebroken stuk Sultana in m'n handen geduwd. IK LUST GEEN SULTANA EN IK LUST GEEN ROZIJNEN, LAAT STAAN EEN SULTANA MET ROZIJNEN. NEEEEEEEE!!!!!! wil ik roepen, maar ik doe het niet. Zwijgend pak ik hyet aan en doe wat me gezegd wordt.
TRUST
En ja, het is goed voor mij. Het lalmeert m'n maag zodat ik eens niet overgeef (zonder pilletje tegen wagenziekte) en dat terwijl ik toch achterin de bus zit. Een wonder! En iets zeg me dat niet het koekje, maar het vertrouwen te gehoorzamen er de oorzaak van is.....